Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV8615

Datum uitspraak2006-04-04
Datum gepubliceerd2006-04-05
RechtsgebiedFaillissement
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers137007
Statusgepubliceerd


Indicatie

Faillietverklaring commanditaire vennootschap. Tevens faillissement beherend vennoot. Beherend vennoot is buitenlands rechtspersoon. Toepassing Europese Insolventieverordening.


Uitspraak

Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaaknummer: 137007 Insolventienummers: 06/246 F en 06/247 F / rd Datum vonnis: 4 april 2006 Vonnis op het verzoek van Société Anonyme DEL GAUDIO S.A., gevestigd te Rungis, Frankrijk, en een andere verzoekende partij, verzoekers, procureur mr. N.L.J.M. Rijssenbeek tot faillietverklaring van FOOD EXPRESSE C.V., gevestigd te Barneveld, verweerster, niet verschenen. De beoordeling Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is summierlijk komen vast te staan dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Verweerster is blijkens het overgelegd uittreksel uit het handelsregister van de desbetreffende kamer van koophandel een commanditaire vennootschap met één beherend vennoot te weten Food Express Netherlands Ltd gevestigd te London, Verenigd Koninkrijk en ingeschreven in Comapnies House te Cardiff, Verenigd Koninkrijk. Sinds het arrest van de Hoge Raad van 14 maart 2003 (LJN AF4593) geldt dat een commanditaire vennootschap met één beherend vennoot (ook) een afgescheiden vermogen heeft. Uit artikel 18 jo 19 lid 2 Wetboek van Koophandel volgt dat de (enig) beherend vennoot hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden van de commanditaire vennootschap. De rechtbank is daarom van oordeel dat het faillissement van de commanditaire vennootschap ook het faillissement van de enig beherend vennoot – van rechtswege - tot gevolg heeft. De beherend vennoot is in het Verenigd Koninkrijk gevestigd. De vraag rijst dan of ten deze de bevoegdheid moet worden gebaseerd op de Europese Inoslventieverordening; het gaat immers om een faillissement van rechtswege. De rechtbank laat de beantwoording van deze vraag in het midden omdat een bevestigend antwoord niet tot een ander resultaat zou leiden. Daartoe wordt het volgende overwogen: Op grond van artikel 3 lid 1 van genoemde verordening is de Nederlandse rechter bevoegd een hoofdinsolventie procedure te openen indien het centrum van de voornaamste belangen (nader: het centrum) in Nederland is gelegen. Daarbij zou – in dit geval – het vermoeden kunnen gelden dat het centrum in het Verenigde Koninkrijk is gelegen nu de statutaire zetel daar gevestigd zou kunnen zijn; geheel duidelijk is dit echter niet. Dit – veronderstelde – vermoeden wordt in dit geval weerlegd, nu uit de – beperkt aanwezige – informatie alleen blijkt dat genoemde rechtspersoon in Nederland activiteiten ontwikkelt. Tot weerlegging van het wettelijke vermoeden draagt ook bij de naam van de vennootschap en het feit dat uit meergenoemd uittreksel uit het handelsregister blijkt dat de enig beherend vennoot is toegetreden op de dag waarop de commanditaire vennootschap is opgerecht. De slotsom is dat – voorzover de EU Insolventieverordening van toepassing is – aangenomen moet worden dat het centrum van de voornaamste belangen van Food Express Netherlands Ltd. in Nederland is gelegen zodat de Nederlandse rechter bevoegd is en er (ook) ten aanzien van deze vennootschap sprake is van een hoofdinsolventie procedure. De beslissing De rechtbank: verklaart de commanditaire vennootschap Food expresse C.V., kantoorhoudende te 3771 RT Barneveld, Pascalstraat 4, ingeschreven bij de kamer van Koophandel veluwe en Twente onder nummer 09130291, alsmede haar beherend vennoot Food Express Netherlands Ltd, kantoorhoudende te 15 Hurlingham Studios Ranelagh, Gardens/London SW6 3PA, Verenigd Koninkrijk, ingeschreven in Companies House te Cardiff verenigd Koninkrijk onder nummer 05312339, in staat van faillissement; benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank mr. B.J. Engberts; stelt aan tot curator mr. W.R.H. Jager Postbus 111 6710 BC Ede geeft last aan de curator tot het openen van aan de gefailleerden gerichte brieven en telegrammen. Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Engberts en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van W.G.A. Cornelissen als griffier op 4 april 2006 te 13.30 uur. de griffier de rechter